Logo gemeente Katwijk

Het verhaal van Nel van der Plas en Jamilla

Dit is het verhaal van Nel van der Plas en Jamilla. Een verhaal over de naweeën van een ernstig auto-ongeluk. Een verhaal over de blijvende impact daarvan op de levens van Jamilla en haar kinderen. En een verhaal dat geen traditioneel happy end heeft, maar wel uitmondt in een bijzondere vriendschap tussen 2 sterke vrouwen.

Dat verhaal begint op zomaar een dag in 2007 als Jamilla en haar kinderen een weg in Leiden oversteken. Dat lijkt veilig, want een auto besluit keurig voor het zebrapad te stoppen. Maar de bestuurder van de auto daarachter, ziet het gezin blijkbaar niet en krult om het stilstaande voertuig heen. De auto mist de kinderen, maar raakt Jamilla.

Hersenletsel

Dat is althans wat haar later wordt verteld, want zelf kan Jamilla zich niets van het ongeluk herinneren. Hoewel duidelijk is dat ze ernstig gewond is, blijkt pas later hoe ernstig precies. Jamilla: “Het is 10 jaar geleden, maar ik ben nog steeds niet hersteld. Ik loop met een stok en rijd op een aangepaste fiets. Die lichamelijke gevolgen kan ik nog wel accepteren. Dat ik hersenletsel heb opgelopen, vind ik veel erger. Ik heb bijvoorbeeld moeite het overzicht te bewaren. Waar moet ik in het huishouden mee beginnen? Wat is een handige volgorde? Hoe pak ik de administratie aan? Daar vecht ik elke dag tegen. Wat me ook erg heeft geraakt, is dat ik mijn opleiding niet heb kunnen afmaken. Ik studeerde voor verzorgende-IG, maar die weg is definitief afgesloten. Ik zou dat nu niet meer aankunnen.”

“Ik zat er als een zombie bij”

Nadat Jamilla uit de revalidatie wordt ontslagen, valt ze in een zwart gat. “Mensen denken toch vaak dat het wel weer met je gaat. Dat je je oude leventje snel weer kunt oppakken. Maar in mijn geval ging dat dus niet. Mijn zoon en 2 meiden moesten constant bijspringen. Ik zat er zelf eigenlijk als een zombie bij.” Eén van Jamilla’s dochters raakt op het VWO bevriend met een dochter van Nel. Nel: “Die kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer. Van mijn dochter hoorde ik dat Jamilla’s kinderen thuis veel moesten helpen. Omdat ik wilde weten hoe dat zat, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik mijn dochter bij Jamilla gaan ophalen.”

Koffie voor 2

Al bij het eerste kopje koffie klikte het. Maar als Nel aanbiedt Jamilla te helpen, moet wel een drempel worden overwonnen. Jamilla: “Ik vond het moeilijk om hulp te aanvaarden. Vooral omdat ik voor het ongeluk helemaal zelfstandig was en enorm veel ondernam. Toch heb ik Nel’s hulp geaccepteerd. Ik moest ook wel, want er was heel veel blijven liggen.” Nel: “Denk aan achterstallige administratie, formulieren, enzovoorts. Gaandeweg hebben we ook andere zaken opgepakt. Moet er een computer voor de kinderen komen? Is er een nieuw bureau nodig? Dan scharrelde ik dat op Marktplaats bij elkaar.” Hoewel Nel nu minder vaak langskomt dan in het begin, is de band hecht. Jamilla: “Nel’s mantelzorg heeft voor mij een groot verschil gemaakt. Nel kent de weg in de bureaucratie en dat heeft me erg geholpen. Ik bespreek dingen met Nel die ik niet zo snel met familie of vrienden zou bespreken, bijvoorbeeld over de verwerking van het ongeluk. Er is dus een hele mooie vriendschap uit onze ontmoeting ontstaan.”

9 mantelzorgers

Ook Nel heeft geen spijt van haar ‘mantelzorger-schap’. “Het sluit aan op mijn vroegere werk. Ik ben in 2010 afgekeurd, omdat ik Parkinson kreeg, maar ik ben van huis uit psychiatrisch verpleegkundige. Later was ik coördinator van een Kliniek voor Hersenletsel en ben ik manager geweest in de thuiszorg. Jamilla’s situatie had ik dus zomaar tijdens werk tegen kunnen komen.” Ook Nel’s werkervaring als casemanager dementie kwam in haar persoonlijk leven van pas. “Mijn moeder heeft tot haar 88e zelfstandig gewoond. Het laatste jaar ging ze echter hard achteruit. Dementie inderdaad. Hoewel we met negen kinderen zijn en de mantelzorgtaken onderling hebben geprobeerd te verdelen, trekt de een meer naar zich toe dan de ander. Op een gegeven moment liepen we tegen een grens aan.”

Grenzen aan mantelzorg

Die grens werd op nieuwjaarsnacht 2016 bereikt. Nel: “In Katwijk is het traditie om op nieuwjaarsdag met een portemonneetje naar je ouders te gaan. Daar wordt dan door alle ooms en tantes wat geld ingestopt. Omdat mijn moeder het niet meer aankon om zoveel mensen te ontvangen, hadden we afgesproken dat we naar het huis van mijn broer zouden gaan. Dat had mijn moeder, ondanks haar dementie, goed onthouden. Maar toen ze ’s nachts wakker schrok van het vuurwerk, raakte ze in de war. Ze heeft zich aangekleed en is op weg gegaan naar mijn broer. Alleen: het was half 3 ’s nachts. Uiteindelijk is ze door passanten opgepikt en, samen met de politie, thuisgebracht. Dat was voor ons de grens. Ook met negen mantelzorgers moet je soms tot de conclusie komen dat het ophoudt. Dan merk je trouwens pas echt hoe zwaar de mantelzorg sommige gezinsleden heeft belast. Inmiddels woont mijn moeder in De Duinrand. Ze heeft het daar goed. Ja, ze moest wennen, maar als we haar nu voor een uitje meenemen, wil ze na 3 kwartier eigenlijk weer terug naar de huiskamer. Daar heeft ze aanspraak en krijgt ze aandacht. Ik ben blij dat we haar zo lang zelfstandig hebben kunnen laten wonen, maar ik ben ook blij dat ze nu professionele zorg ontvangt. Het is goed zo.”