Logo gemeente Katwijk

“Mantelen is een werkwoord"

In 2012 werd de moeder van Monique van der Plas ziek. Diagnose: sluimerende leukemie. Die diagnose veranderde het leven van Monique radicaal. “Bloedwaarden controleren, onderzoeken, aderlatingen, een TIA, een bijna fatale inwendige bloeding waardoor mam van haar nek tot aan haar navel pimpelpaars was. We moesten vaak samen naar het ziekenhuis,” vertelt Monique.

Bovendien putte de ziekte haar moeder behoorlijk uit, waardoor Monique huishoudelijke taken over is gaan nemen. “Mam was geen klager en een echte doorzetter, maar lichamelijk werk werd steeds lastiger. Dat ging ik er dus bij doen.” Uiteindelijk overleed haar moeder, toch nog plotseling, in 2015. Dat luidde echter niet het einde van Monique’s mantelzorgtaken in, want met een vader van bijna 80 en een broer met een licht verstandelijke beperking, kreeg ze er juist zorgtaken bij. “Direct na het overlijden kwam er veel op ons af. Een begrafenis, de financiën op orde stellen en van alles bij de notaris regelen. Bovendien heeft mijn man Koen de badkamer ‘bejaardenproof’ gemaakt. Daar stond zo’n half bad in waar je ook in moest douchen. Niet echt verantwoord, gezien de beperkte mobiliteit van mijn vader.”

“Voor mijn verdriet was minder ruimte”

Nog los van de organisatorische, administratieve en huishoudelijke ondersteuning, werd er een fors emotioneel beroep op Monique gedaan. “Als je vrouw na zoveel jaar overlijdt, is dat heel ingrijpend. Mijn vader ging door een rouwproces, was verdrietig en eenzaam. Soms misschien zelfs wat depressief. Hij wilde getroost worden. Dat is logisch, maar eigenlijk wilde ik dat ook. Ik had mijn moeder verloren! Maar voor mijn verdriet was minder ruimte. Mijn vader leunde meer op mij dan andersom. Op den duur was ik zo vermoeid, dat ik professionele hulp voor hem ben gaan zoeken. Tijdens mijn zoektocht vond ik faciliteiten als thuiszorg en thuishulp. Die zorg heb ik toen vrij snel kunnen regelen. Daarnaast heb ik een buddy ingeschakeld. Zij komt om de week bij mijn vader langs. Puur voor het sociale contact en de gezelligheid. Achteraf gezien, hadden we misschien al zorg moeten inzetten toen mijn moeder nog leefde. Dat had veel gescheeld, maar als je eenmaal in zo’n maalstroom zit, denk je daar niet aan. Zonde, want er zijn een heleboel faciliteiten, als je maar weet bij wie je moet aankloppen.”

Gezien én gehoord

Sinds haar vader professionele hulp heeft, is de belasting flink afgenomen. Monique: “Ik moest er echt aan wennen, om niet de stofzuiger te pakken. Mijn streven was, dat ik weer de dochter van mijn vader wilde zijn in plaats van een ‘zorgorgaan’. Dat is lastig, want je voelt je snel schuldig als je een keer ‘nee’ zegt. Ik wilde mijn eigen leven weer oppakken, maar ook helpen. Dat bijt elkaar af en toe. Inmiddels ben ik weer prima in balans. Ik kan weer sporten en me op mezelf en mijn gezin richten. Natuurlijk doe ik nog van alles voor mijn vader, maar ik ben niet meer dag en nacht aan het mantelen. Mantelen is een werkwoord. Je doet het met liefde, maar het blijft hard werken. Om die reden juich ik de campagne van de gemeente toe. Er gaat aandacht uit naar mantelzorgers. Ik voelde me soms best alleen staan, maar nu heb ik het gevoel dat ik gezien en gehoord ben.”

“Mijn dochter heeft heel veel bijgesprongen, ook toen mijn vrouw ziek was. Ik heb het heel zwaar gehad. Voordat mijn vrouw overleed, schraapte ik de pannen leeg. Daarna had ik geen trek meer. Ik was in een paar weken 6 kilo kwijt en wilde zo snel mogelijk bij mijn vrouw zijn. “Ik hoop dat ik gauw bij haar ben,” zei ik dan. Nu gaat het wat beter en zie ik dat we samen een goed leven hebben gehad. Heel goed! Ik ben blij met hoe het nu gaat. Ik woon in een eigen huis met mijn zoon en kook elke dag voor die jongen. De meiden van de thuiszorg zijn reuze. Net als de buddy, die eens in de 14 dagen komt. Ze doen alles voor me. Maar zonder mijn dochter had ik me geen raad geweten. Ik was er nooit van mijn leven uitgekomen. Daar kom ik eerlijk voor uit.”