Gladheidsbestrijding

De gemeente zorgt ervoor dat de belangrijkste auto- en fietsroutes worden schoongehouden. Iedereen moet binnen 350 meter een gestrooide weg kunnen bereiken.

Eerst worden alleen de belangrijkste doorgaande wegen en fietspaden (hoofdroutes) en wijkontsluitingswegen gestrooid. Het bestrijden van gladheid op alle wegen kan niet:

  • De strooiwagens kunnen niet overal bij komen.
  • De routes per strooiwagen worden dan te lang. De hoofdroutes kunnen dan niet ijsvrij gehouden worden.
  • Strooien op wegen waar heel weinig verkeer is, heeft weinig effect op gladheid. Het strooizout werkt het best als er veel op de weg gereden wordt. Door wrijving met de (auto)banden, kleeft het zoutmengsel beter op het wegdek. Dit voorkomt de gladheid.

Digitale kaart strooiroutes straten en fietspaden

Stand van zaken strooien

Veelgestelde vragen en contact

Tijdens het winterseizoen blijft de gemeente u informeren over de gladheidsbestrijding via lokale kranten, Twitter en deze website.

Hebt u een vraag? Misschien vindt u het antwoord in de lijst met veelgestelde vragen.

Hebt u een andere vraag? Neem dan contact op met de gemeente:

Waar wordt gestrooid?

Iedereen moet in principe binnen 350 meter een gestrooide weg kunnen bereiken. De volgende wegen worden gestrooid:

  • De belangrijkste doorgaande auto- en fietsroutes.
  • Ontsluitingswegen: drukke wegen om de wijk uit te komen.
  • Routes die hulpdiensten en bussen gebruiken.
  • Bruggen.

De routes hebben eerste prioriteit. Daarnaast zijn er plekken die extra aandacht vragen. Denk hierbij aan:

  • Bruggen die niet in de primaire route zijn gestrooid.
  • Fietsdoorgangen en oversteekplaatsen van hoofdroutes.
  • Bushaltes.
  • Verzorgingshuizen.
  • Winkelgebieden.
  • Rond buurthuizen en dienstencentra.
  • Rond scholen (geen schoolpleinen of opritten).
  • Rond kinderopvanglocaties en crèches.

Deze plekken worden gestrooid als het weer en de tijd het toelaten. 

Als het kan en nodig is, worden daarna ook andere drukkere wegen en fietspaden gestrooid.

Nat-strooitechniek

Er wordt gebruik gemaakt van de nat-strooitechniek. Bij nat strooien wordt het zout vermengd met water over de weg gestrooid. Dit heeft 2 voordelen:

  • Het zout waait niet meer weg en bestrijdt de gladheid beter.
  • De strooiwagen kan gerichter strooien. Er belandt minder zout in de berm en in het grondwater. Dat is beter voor het milieu en de bermbegroeiing.

Wat kunt u doen om gladheid te bestrijden?

U kunt als bewoner ook een handje helpen met strooien in uw eigen straat. Als u daarbij de stoep voor uw huis veegt en ook die van een (minder valide) buur, voorkomt u valpartijen in uw straat.

Kunt u zout bij de gemeente krijgen?

Om het risico op een zouttekort zo klein mogelijk te houden, geeft de gemeente geen zout meer aan inwoners. U kunt zelf zout kopen; de meeste bouwmarkten verkopen strooizout.

Uitzondering

Ouderenhuisvesting, scholen, kerken en steunpunten kunnen één keer per seizoen 7,5 kilo zout bij de milieustraat afhalen.

Borstelen op rustige wegen en fietspaden

Zout is niet altijd de beste manier om gladheid te bestrijden. Het werkt alleen goed als het vermengt met ijs of sneeuw, bijvoorbeeld door druk autoverkeer. Het is dus minder geschikt voor rustige straten of fietspaden.

Op rustige wegen en fietspaden is het beter om schoon te borstelen. De gemeente heeft 7 strooiwagens met schuivers en/of rolbezems. Voor de fietspaden gebruiken we een tractor met rolbezem, een grasmaaier met rolbezem en een shovel met rolbezem.